Regelgeving PMH

1. Uitkeringen en tegemoetkomingen 
2. Zelfstandige met ziekteuitkering
3 Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)
4. Ondersteuning door de VDAB

1. Uitkeringen en tegemoetkomingen       

Dikwijls wensen personen met een handicap hun inkomensvervangende uitkeringen aan te vullen met een beperkte activiteit als ondernemer. 

Er zijn twee soorten inkomensvervangende uitkeringen.

Enerzijds heb je, vanuit de Fod Sociale Zekerheid, Directie-Generaal Personen met een handicap (in de volksmond Zwarte Lievevrouwestraat genoemd), de inkomensvervangende tegemoetkoming. 

Anderzijds is er, vanuit de RIZIV, de ziekte-uitkering.

Grootste moeilijkheid bij de inkomensvervangende tegemoetkoming is het feit dat mensen die deze willen combineren met het ondernemerschap dit niet kunnen in bijberoep en aldus, bij soms beperkte activiteiten, hoge sociale bijdragen dienen te betalen. 

Bij de ziekteuitkering ondervinden mensen die, als zelfstandige in hoofdberoep, arbeidsongeschikt geraken de grootste moeilijkheden. Wanneer zij met een beperkte activiteit willen herstarten, kunnen zij dit niet in bijberoep. Ook zij dienen dus, ondanks hun beperkte activiteiten, hoge sociale bijdragen te betalen. 

 

2. Zelfstandigen met ziekteuitkering      

Mensen die arbeidsongeschikt zijn door een ongeval of ernstige ziekte, kunnen bij hun ziekenfonds een ziekte-uitkering aanvragen. Opgepast deze uitkering mag niet verward worden met de inkomensvervangende tegemoetkoming vanuit de Directie-generaal voor Personen met een handicap. 

De ziekteuitkering kan in bepaalde gevallen gecombineerd worden met een werkhervatting. Vanaf 1 juli 2015 geldt de onderstaande regeling voor toegelaten activiteiten bij zelfstandigen: 

Tweedelig systeem

------------------------- 

  • Toelating met het oog op een volledige werkhervatting :

 

Als een volledige werkhervatting mogelijk is, kan de adviserend geneesheer de persoon vooraf toelaten om het even welke activiteit uit te oefenen (oude of nieuwe activiteit, als zelfstandige of als werknemer), dit met een maximum van 6 maanden (verlengbaar tot maximum 18 maanden). De eerste zes maanden krijgt de persoon zijn of haar volledige uitkering. Daarna worden de uitkeringen met 10% verminderd.

 

  •   Toelating zonder het oog op een volledige werkhervatting.

 

Als een volledige werkhervatting niet meer mogelijk is, kan de adviserend geneesheer de persoon vooraf toelaten om het even welke activiteit uit te oefenen (oude of nieuwe activiteit, als zelfstandige of als werknemer). Deze toelating is alleen mogelijk als arbeidsongeschikt erkend blijft. De adviserend geneesheer moet de arbeidsongeschiktheid controleren op basis van een medisch onderzoek uitgevoerd om de zes maanden, tenzij elementen in het medisch dossier een onderzoek op een latere datum rechtvaardigen.

 

De eerste zes maanden krijgt de persoon zijn of haar volledige uitkering. De uitkeringen worden met 10% verminderd vanaf de 7de maand tot het 3de jaar (tenzij de persoon een niet bezoldigde activiteit uitoefent).

 

Hier is er echter een addertje onder het gras. Vermits een erkenning als bijberoep niet mogelijk is, dienen de sociale bijdragen voor hoofdberoep betaald te worden. En voor mensen met een beperkte activiteit kan dit nogal tegenvallen.

 

3. Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)    

 

Personen met een arbeidshandicap die een zelfstandige activiteit uitoefenen (of opstarten) in hoofd- of bijberoep kunnen een Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) aanvragen.

Het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) van de Vlaamse Overheid behandelt sinds 1 juli 2016 alle aanvragen en betaalt de premie uit. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) bepaalt enkel nog of een persoon met een arbeidshandicap recht heeft op een VOP en hoeveel die premie bedraagt.

 

Wie komt in aanmerking?

Om als zelfstandige in hoofd- of bijberoep in aanmerking te komen voor deze premie moet u voldoen aan drie voorwaarden:

  • Woonachtig zijn in Vlaanderen of Brussel;

 

  • Voldoende bedrijfsactiviteiten aantonen: dat is het geval als het belastbare nettobedrijfsinkomen hoger is dan 15.000 euro op jaarbasis;

      

  • Een zelfstandige activiteit uitoefenen of starten en een arbeidshandicap hebben, d.w.z.:

     

    • tijdens de zelfstandige activiteit een erkenning krijgen als persoon met een arbeidshandicap na 30/09/2008;
    • een activiteit als zelfstandige in hoofdberoep starten en voldoen aan één van de volgende voorwaarden:
      • u kreeg van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) het recht op een loonkostensubsidie;
      • u kreeg van het VAPH het recht op een verblijf als tehuiswerkende of op een verblijf in een pleeggezin;
      • u kreeg van het VAPH het recht op beschermd, begeleid of zelfstandig wonen;
      • u volgde buitengewoon secundair onderwijs (BUSO) en u studeerde niet verder;
      • u volgde het secundair inclusief onderwijs (ION) type 2 of geïntegreerd onderwijs (GON) type 4 of type 6;
      • u kreeg van de federale overheidsdienst sociale zekerheid op de zelfredzaamheidsschaal voor volwassenen een erkenning van:
        • minimum 4 punten bij een auditieve handicap;
        • minimum 7 punten bij een verstandelijke, psychische of fysieke handicap;
        • minimum 9 punten bij een visuele handicap;
      • u ontvangt nog kinderbijslag en hebt recht op bijkomende kinderbijslag omwille van uw handicap;
      • u hebt een schriftelijke verklaring van uw arts waarin vermeld wordt welke aandoening u heeft en wat de prognose is;
      • u beantwoordt niet aan één van de bovenstaande voorwaarden, maar de VDAB besloot op basis van een uitgebreid onderzoek dat u toch in aanmerking komt voor een premie.

Omvang steun

De algemene regel is dat de VOP een percentage is van het referteloon. Het wordt gedurende twintig kwartalen toegekend en dat vanaf het kwartaal van de aanvraag. Bij zelfstandigen wordt als referteloon voor de berekening van de VOP het gewaarborgd gemiddeld maandinkomen (GGMMI) als basis genomen. Momenteel bedraagt dit 1.531,93 euro per maand.

Periode vanaf kwartaal aanvraag 
 % referteloon
 1ste tot en met 5de kwartaal
 40%
 6de tot en met 20e kwartaal
 20%
 Per 20 volgende kwartalen
 20% mits goedkeuring VDAB

 


Het departement WSE betaalt de premie ieder kwartaal op voorwaarde dat er voldoende bedrijfsactiviteit kan worden aangetoond. Dat wordt nagekeken aan de hand van het laatst ontvangen fiscaal aanslagbiljet in de personenbelasting voor het aanslagjaar dat voorafgaat aan de aanvraag van de VOP.

 Indien de persoon nog in de opstartfase is of minder dan 1 jaar zelfstandig is, is de toekenning van de VOP afhankelijk van een positieve beoordeling van de zelfstandige activiteit door een door de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, erkende organisatie. De erkende organisatie beoordeelt de zelfstandige activiteit positief voor zover het belastbare nettobedrijfsinkomen van de zelfstandige activiteit tijdens het kwartaal van de aanvraag en tijdens de vier volgende kwartalen hoger is dan 15.000 euro. Dit is het zogenaamde 'Attest op leefbaarheid'. 

Vanaf het voorlaatste kwartaal van de toekenning van de VOP, het 19de kwartaal dus, kan u een gemotiveerde aanvraag indienen bij het departement tot behoud van de VOP. Het departement beslist op basis van de evaluatie door de VDAB over het bedrag en de duurtijd van de VOP.

 Opgelet: het fiscaal regime van de premie is als volgt:

 

Aanvraagprocedure

De aanvraag moet sinds 1 juli 2016 ingediend worden bij het Departement Werk en Sociale Economie, Vlaamse ondersteuningspremie - VOP.  De formulieren en documenten voor een (elektronische) aanvraag kan u terugvinden via deze link:

www.werk.be/online-diensten/vlaamse-ondersteuningspremie-vop/formulieren-en-documenten

Voor de berekening van de premie vraagt het departement aan de RSZ(PPO) de nodige gegevens van de DMFA-aangifte.

 

Contact en informatie

Voor meer informatie over de maatregel zelf kan u terecht bij Departement Werk en Sociale Economie (WSE).

Vlaamse Overheid - Departement Werk en Sociale Economie
Dienst Tewerkstelling (Vlaamse ondersteuningspremie - VOP)

Koning Albert II-laan 35 bus 20 
1030 Brussel 
T 02 553 08 61
vop@wse.vlaanderen.be

www.werk.be/online-diensten/vlaamse-ondersteuningspremie-vop

4. Ondersteuning door de VDAB            

 

Tegemoetkoming voor arbeidsgereedschap, -kleding en arbeidspostaanpassingen:


VDAB betaalt het arbeidsgereedschap en de kledij die je nodig hebt om je werk goed uit te voeren alsook de aanpassingen aan je arbeidspost (ook zaken die vast bij het bedrijf horen en niet kunnen verplaatst worden).

De voorwaarden voor wat betreft materiaal:

  • Het gereedschap, de kledij of de arbeidspostaanpassing is nog niet beschikbaar in je bedrijf, is niet courant in je beroepstak en is noodzakelijk voor je om je werk beter uit te voeren.
  • Je krijgt er geen enkele andere tegemoetkoming voor en de noodzakelijkheid, gebruiksfrequentie, werkzaamheid en doelmatigheid van de aanpassing staan in verhouding met de kosten ervan.
  • Je mag de tegemoetkoming niet als bedrijfslast inbrengen bij de belastingaangifte.

 

Kom ik in aanmerking?

Je hebt er recht op als je aan één van volgende voorwaarden voldoet:

  • Je kreeg van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) het recht op deze tegemoetkoming.
  • Je kreeg van VAPH het recht op een tegemoetkoming voor:
    - hulpmiddelen voor privégebruik, of
    - vervanging of aanvulling van ledematen, romp, wervelzuil, bekken, gehoor, zicht of spraak.
  • Je kreeg op school hulpmiddelen of aanpassingen aan je leeromgeving.
  • Je kreeg van de federale overheidsdienst sociale zekerheid op de zelfredzaamheidschaal volwassenen een erkenning van:
    - minimum 4 punten bij een auditieve handicap
    - minimum 7 punten bij een fysieke of visuele handicap
  • Je hebt een schriftelijke verklaring van je arts waarin hij vermeldt welke aandoening je hebt en wat de prognose is.
  • Je beantwoordt niet aan één van bovenstaande voorwaarden, maar VDAB besloot op basis van een uitgebreid onderzoek dat je toch in aanmerking komt.

Hoe vraag ik dit aan? 
Hiervoor verwijzen we je graag door naar de VDAB website. Alle stappen staan daar duidelijk uitgeschreven.
www.vdab.be/arbeidshandicap 

Bijstand van een tolk Vlaamse Gebarentaal:

Ben je doof of slechthorend, dan kan je jaarlijks 10 procent van je effectieve werktijd een tolk verkrijgen om je werk (beter) uit te voeren.
VDAB betaalt de volledige kost van de tolk (gepresteerde uren + verplaatsingskosten). Als je daar behoefte aan hebt, kan je een uitbreiding aanvragen van het aantal tolkuren.

Kom ik in aanmerking?

Je hebt er recht op als je aan één van volgende voorwaarden voldoet:

  • Je kreeg van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) het recht op bijstand van een doventolk.
  • Je kreeg van VAPH een ticket 'Vervanging gehoor'.
  • Je kreeg van VAPH de toelating om in het hoger onderwijs beroep te doen op pedagogische hulp omdat je doof of slechthorend bent. Je kreeg de toelating van het departement Onderwijs om beroep te doen op een tolk.
  • Je hebt een schriftelijke verklaring van een neus-, keel- en oorarts dat je een van volgende problematieken hebt
    - Je beste oor heeft een verlies van minimum 70 dB bij tonale audiometrie.
    - Je hebt 70 procent of minder spraakverstaan bij vocale audiometrie.
  • Je beantwoordt niet aan één van bovenstaande voorwaarden, maar VDAB besloot op basis van een uitgebreid onderzoek dat je toch in aanmerking komt.

 

Hoe vraag ik dit aan?

Hiervoor verwijzen we je graag door naar de VDAB website. Alle stappen staan hier duidelijk uitgeschreven.

www.vdab.be/arbeidshandicap/doventolken