Regelgeving ondernemers


 


Starten als ondernemer        

Men kan starten als natuurlijk persoon of als rechtspersoon. Een natuurlijke persoon is een mens van vlees en bloed. Een rechtspersoon is een juridische constructie.

Om te starten dienen de onderstaande administratieve plichtplegingen vervuld te zijn. Voor een natuurlijke persoon zijn dat stappen 1 en 3. De rechtspersoon dient al de volgende stappen te doorlopen :

 

  1. Openen van een financiële rekening

    Deze rekening alleen gebruiken voor de verrichtingen betreffende de beroepsactiviteiten.

  2. Oprichting van een vennootschap

    In de meeste gevallen moet u voor het opstellen van de akte beroep doen op de notaris. De notaris legt de akte neer bij de griffie van de rechtbank van koophandel en bij het registratiekantoor van de belastingdienst.

    Voor te leggen documenten:

    • Financieel Plan

    • Bij inbreng met geld: bewijs van de opening van een rekening op naam van de vennootschap.

    • Bij inbreng met natura: verslag van een bedrijfsrevisor.

  3. Inschrijven bij een ondernemingsloket

    Om een handels- of ambachtsactiviteit uit te oefenen moet u ingeschreven zijn in de KBO.

    Voor te leggen documenten:

    • identiteitsbewijzen

    • bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer

    • bewijs van beroepsbekwaamheid en specifieke vergunningen indien nodig (bvb leurkaart, beroepskaart voor vreemdelingen, …)

    • oprichtingsakte en beheermandaat

  4. Inschrijving bij de administratie van de BTW

De BTW-administratie activeert het ondernemingsnummer als identificatienummer bij de BTW.

 

  1. Aansluiting bij een sociale verzekeringskas en een ziekenfonds

Direct bij de start van de onderneming dient er een aansluiting te gebeuren bij een sociale verzekeringskas en een ziekenfonds.

 

Eenmanszaak of vennootschap?                

 

Als zelfstandig ondernemer kan u kiezen tussen een eenmanszaak of een vennootschap. Dit kan bij de start, maar kan ook nog wijzigen nadien.

 

Voordelen eenmanszaak :

  • Geen formele structuur, u kan beslissen zonder bepalingen of beperkingen.

  • Geen oprichtingskosten en geen minimumkapitaal vereist.

  • Eenvoudige boekhouding volstaat.

 

Nadelen eenmanszaak :

  • Ondernemers met een eenmanszaak zijn onbeperkt aansprakelijk. Er bestaat geen scheiding tussen hun bedrijfskapitaal en hun privévermogen. Bij faillissement kan het volledig vermogen aangesproken worden. Ook de private-bezittingen komen in aanmerking.

  • Of dit nadeel groot of klein is, hangt van het risico af. Hoe meer investeringen of voorraden, hoe meer risico. Bij freelancerwerk zal dit bijvoorbeeld veel kleiner zijn.

  • Natuurlijke personen (in een eenmanszaak) dienen meer belastingen en sociale bijdragen te betalen dan vennootschappen.

 

Voordelen vennootschap :

  • Vennootschappen zijn rechtspersonen die op zich bestaan en een samenwerkingsverband omvatten tussen personen (de vennoten) of eventueel andere rechtspersonen.Ze kunnen dus als een afzonderlijke persoon optreden. De aansprakelijkheid van de individuele ondernemer is beperkt waardoor privézaken (bij faling) buiten schot blijven.

  • Gemakkelijke opvolging : U kan aandelen verdelen of overdragen.

  • Mogelijke fiscale voordelen.

  • Geen automatisch einde wanneer de zaakvoerder wegvalt.

     

Nadelen vennootschap :
  • Er is kapitaal nodig om de rechtspersoonlijkheid te verkrijgen. Het minimum vereiste kapitaal is afhankelijk van het soort rechtspersoon.

  • De oprichting zelf kost ook geld.Mogelijks dient een notaris ingeschakeld te worden.

  • Er zijn de wettelijke bepalingen die dienen nageleefd te worden. Onder meer een dubbele boekhouding bijhouden, de jaarrekening neerleggen en statuten publiceren.

 

Startlening  

 

Wat houdt deze maatregel in?

De startlening van PMV/z is een achtergestelde lening voor alle starters (werkzoekenden en anderen) die hoogstens 4 jaar actief zijn als zelfstandige in hoofdberoep. Er kan tot maximum 100 000 Euro geleend worden. De lening heeft een looptijd van 3 tot 10 jaar en de rentevoet bedraagt 3% per jaar.

 

Wie komt in aanmerking?

Deze lening is bedoeld voor alle starters, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Ook student-zelfstandigen komen in aanmerking. Als aanvrager dien je in het Vlaamse Gewest te wonen of er je maatschappelijke zetel te hebben. Een investering in het Vlaamse Gewest komt ook in aanmerking.

Vzw’s kunnen in aanmerking komen indien zij minstens de helft van hun inkomsten uit normale economische activiteiten halen.

Om een startlening te verkrijgen moet je zelf je onderneming uitbaten. Indien er een vennootschap wordt opgericht, moet je in principe meerderheidsaandeelhouder zijn en het dagelijks beheer waarnemen.

Een lening bij PMV/z dient te beantwoorden aan de bepalingen van de Europese kmo-definitie.

 

Terugbetaling en waarborgen?

Je betaalt de startlening maandelijks terug aan de hand van constante aflossingen. Tijdens het eerste jaar betaal je enkel de intresten terug. Mits een gemotiveerde aanvraag kan dit tot 2 jaar verlengd worden. Het kapitaal kan ook al vanaf het eerste jaar terugbetaald worden.

Inzake waarborgen stelt PMV/z zich soepel op. Dit aspect wordt project per project beoordeelt.

 

Meer info:

PMV/z

Oude Graanmarkt 63

1000 Brussel

Tel. 02/229 53 10

pmvz-leningen@pmvz.eu

www.pmvz.eu/startlening

Opstarten met werkloosheidsuitkering             

 

Voor bepaalde voorbereidingsactiviteiten kan je  jouw werkloosheidsuitkering behouden. Je moet hiervoor wel een schriftelijke toelating vragen bij de RVA. Met de toelating kan je beschikken over werkloosheidsuitkeringen tijdens de voorbereidingsperiode van jouw eigen zaak.

Toegelaten activiteiten
Niet alle voorbereidingsactiviteiten komen hiervoor in aanmerking. De voorbereidingsactiviteiten die toegestaan zijn voor behoud van de uitkering zijn:

  •      studies met betrekking tot de haalbaarheid van het beoogde project
  •      de inrichting van de lokalen en de installatie van het materiaal
  •      het leggen van de nodige contacten om het project op te starten
  •      het vervullen van de administratieve formaliteiten

Ook de volgende activiteiten zijn toegelaten: marktstudies verrichten, een handelszaak of burelen kopen of huren, vennoten, leveranciers en kredietverleners zoeken, personeel aanwerven (dat men evenwel nog niet mag tewerkstellen), productiegoederen aankopen, stappen ondernemen in verband met het handelsregister, de btw en de sociale zekerheid.

Toelating RVA
Je moet hiervan voorafgaandelijk en schriftelijk aangifte doen bij het werkloosheidsbureau door middel van het formulier C45E, dat je kan verkrijgen bij jouw uitbetalingsinstelling. Vanaf het ogenblik dat je jouw zelfstandige activiteit effectief uitoefent, verlies je het recht op uitkeringen.

Duur van de voorbereiding
De mogelijkheid om jouw zelfstandige activiteit voor te bereiden is beperkt tot maximum 6 maanden en is éénmalig. Gedurende deze periode dien je beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt.



Sociale bijdragen                      

 

Wanneer je een zelfstandige activiteit uitoefent, dan dien je aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Je wordt dan zelfstandige in hoofdberoep als je, naast je zelfstandige activiteit, geen andere of een te beperkte activiteit als werknemer of ambtenaar hebt. Een te beperkte activiteit veronderstelt dan dat je per kwartaal minder dan 235 uur presteert en/of niet over een contract van minstens een halftijdse tewerkstelling beschikt.

Er kan echter ook een gelijkstelling met bijberoep verkregen worden  wanneer :

  • Je gehuwd bent. Wettelijk samenwonen is niet voldoende.
  • Je, als weduwnaar/weduwe, een overlevingspensioen trekt.
  • Je student bent.
  • Je, als leerkracht, prestaties verricht tussen de 50% en 60%.
  • Je, in al deze gevallen, een bepaald jaarinkomen niet overschrijdt (een kleine 7000 Euro).

 

In het statuut van bijberoep bouw je geen sociale rechten op (pensioen, enz…).

Het kunnen actief zijn onder het statuut “bijberoep” schept echter bepaalde mogelijkheden. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een “aanvraag vermindering van je voorlopige bijdrage” aan te vragen. Dat kan bij je sociaal verzekeringsfonds. Zij beslissen dan of je al dan niet een 0 Euro bijdrage mag betalen. Daarvoor moet je wel dat jaar onder een bepaald inkomen blijven. Als nadien blijkt dat je werkelijk inkomen toch hoger lag, dan rekenen ze je, naast de gewone bijdragen ook verhogingen aan.

Er is dus niet voorzien in een specifiek statuut voor personen met een beperking. Hier gelden dezelfde regels als voor andere zelfstandigen. Wanneer je een inkomensvervangende tegemoetkoming uitgekeerd krijgt en slechts beperkt kunt werken, dien je dus toch sociale bijdragen te betalen als zelfstandige in hoofdberoep. Per kwartaal bedragen die ongeveer 700 Euro.


Vrijstelling sociale bijdragen  

 

Huidige regels:

  1. Wijziging van beoordeling: vanaf 1 januari 2019 is het mogelijk om vrijstelling te krijgen in geval van ‘tijdelijke financiële of economische moeilijkheden’. Sommige omstandigheden vormen een vermoeden dat de aanvrager zich in die moeilijkheden bevindt, wat de bewijslast lichter maakt.
  2. Wijziging van de bevoegde instantie: vanaf 1 januari 2019 worden vrijstellingsdossiers behandeld door het RSVZ. De nieuwe formulieren moeten wel aangetekend verzonden worden naar het sociaal verzekeringsfonds (SVF) waar de aanvrager bij aangesloten is. De beslissing wordt aangetekend toegestuurd door het RSVZ.
  3. Hoe aanvragen?
    • Vraag het standaardformulier bij je sociale verkeringsfonds of download het formulier op de website van de RSVZ (www.rsvz.be).
    • Stuur het aangetekend terug naar je sociale verzekeringsfonds of geef het ter plaatse af tegen ontvangstbewijs. Na 1 oktober 2018 wordt enkel nog de nieuwe versie van het aanvraagformulier aanvaard.
  4. Het aanvragen van een aanvraagformulier wordt niet langer als een geldige aanvraag van vrijstelling beschouwd. Enkel een volledig ingevuld, ondertekend en aangetekend verstuurd of online ingediend nieuw aanvraagformulier geeft de aanvraag een vaste datum.
  5. Mogelijkheid tot beroep: de beslissingen van de Commissie voor vrijstelling waren definitief, maar tegen de beslissingen die door het RSVZ genomen zullen worden, kan wel een beroep ten gronde worden ingesteld.



Starterskorting   


Via de starterskorting wil de regering het ondernemerschap stimuleren. De sociale bijdragen van startende zelfstandigen, die bij het begin van hun activiteit vaak lage inkomsten hebben, kan verminderd worden.

Wie komt in aanmerking? 
De kortingsmaatregel geldt voor alle startende zelfstandigen die zich op 1 april 2018 in het eerste tot en met het vierde kwartaal van activiteit bevinden, zijnde:

 

  • Alle startende zelfstandigen in hoofdberoep
  • Alle zelfstandigen in bijberoep die de aansluiting wijzigen naar hoofdberoep
  • Alle student-zelfstandigen die de aansluiting wijzigen naar hoofdberoep

 

De startende zelfstandige mag de 20 kwartalen voorafgaand aan de starterskorting geen zelfstandige in hoofdberoep geweest zijn.

Bedragen 
De sociale bijdragen worden berekend op basis van het jaarlijks belastbaar inkomen. Als starter betaal je de eerste drie jaar normaal een minimumbijdrage van 715,64 euro per kwartaal.

Met de kortingsmaatregel, kan deze voorlopige kwartaalbijdrage verminderd worden tot één van de volgende bedragen:

 

  • 369,57 euro als het geschatte netto beroepsinkomen maximum 6.997,55 euro bedraagt of
  • 477,10 euro als het geschatte netto beroepsinkomen tussen 6.997,56 euro en 9.033,67 euro bedraagt
  • Bedraagt het geschatte netto beroepsinkomen meer dan  9.033,67 euro is er geen vermindering en betaalt de starter normaliter de gewone minimumbijdrage van 715,64 euro

 

 Als de starter in dat eerste jaar toch meer verdient, dan moet de starter een oplage alsook een boete betalen.

Aanvragen
De starterskorting dient schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd te worden bij jouw sociaal verzekeringsfonds.



Kosteloze sociale zekerheid voor zelfstandigen zonder beroepsinkomen                

Volgens de regelgeving dienen zelfstandigen die geen beroepsinkomen hebben omwille van ziekte of ongeval niet te betalen voor de sociale zekerheid. Deze maatregel wordt ook wel eens “gelijkstelling ziekte” genoemd. Tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid heb je dan, zonder bijdrageverplichting, verder recht op pensioen, ziekteverzekering en kinderbijslag.

Er zijn drie voorwaarden:

  1. Een eenmanszaak moet volledig stopgezet zijn. Dit dient aan het sociaal verzekeringsfonds gemeld te worden en er dient hen ook een bewijs van stopzetting bezorgd te worden.

  2. Gedurig ten minste 90 dagen zelfstandige geweest zijn en in regel zijn met de bijdragebetaling van het kwartaal dat het kwartaal van de aanvang van de gelijkstelling voorafgaat.

  3. Volledig als arbeidsongeschikt erkend zijn door de adviserend geneesheer van je ziekenfonds.

Het kwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid begint en eindigt is er ook geen bijdrage verschuldigd. Er kan gelijkstelling ziekte toegekend worden mits de volgende voorwaarden:

  1. De arbeidsongeschiktheid moet een aanvang nemen in de eerste maand van het kwartaal.

  2. De hervatting mag ten vroegste plaatsvinden in de derde maand van het kwartaal.


Voor een aanvraag “gelijkstelling ziekte” kan je zich richten tot je sociaal verzekeringsfonds. Inspectie van het RSVZ zal bij jou ter plaatse komen om de nodige vaststellingen te doen. Het RSVZ beslist ook over je aanvraag.

Alle beroepsactiviteit stopzetten, betekent niet noodzakelijk dat u uw zaak definitief dient stop te zetten. In een eenmanszaak kan je door middel van nihil BTW-aangiftes bewijzen dat je gestopt bent met de beroepsactiviteit. Wanner het om een vennootschap gaat, volstaat het om de kosteloosheid van je mandaat te bewijzen.

Bij een hervatting bestaat de mogelijkheid dat men je als starter bekijkt.  Dat hangt af van een aantal regels die we als volgt kunnen samenvatten:

  • Als je in het kwartaal voor de hervatting van de activiteit geen enkele activiteit hebt verricht, bekijkt men je als beginnend zelfstandige.

  • Wanneer je in het kwartaal voor de hervatting wel een activiteit hebt verricht, betaal je verder bijdragen op je inkomen van 3 jaar geleden.

 

Werk als freelancer                             

Een freelancer is een persoon die zich verbindt om een tijdelijke prestatie te leveren voor een opdrachtgever. Voor sommige mensen is het een droom om zo hun brood te kunnen verdienen:

  • Je eigen baas

  • Thuiswerk ( echter niet altijd mogelijk)

  • Zelf opdrachten kiezen

Maar ook voor de opdrachtgevers zijn er voordelen zoals:

  • De freelancer is een expert in het uitvoeren van de opdrachten waarvoor hij/zij gevraagd worden.

  • Er moeten niet altijd sociale bijdragen betaald worden, waardoor freelancers relatief goedkoop kunnen zijn.

  • Freelancers streven naar kwaliteit. Om nog volgende projecten binnen te halen, dienen zij kwaliteitsvolle resultaten te kunnen voorleggen.

 

HOOFD- EN BIJBEROEP

Voor een freelancer in hoofdberoep zijn de regels de zelfde als deze voor andere zelfstandigen. Wanneer je freelancer in bijberoep bent, kan je in sommige gevallen nog beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Maar om deze te kunnen behouden moet je voldoen aan bepaalde voorwaarden (bvb niet meer dan 4274 Euro per jaar verdienen). Meer info kan je bij de VDAB vinden.

 

KANTOREN

Er bestaan twee verschillende soorten kantoren voor freelancerwerk. Vooreerst heb je de freelanceplatformen. Dit hebben als opdracht om opdrachtgevers en freelancers met elkaar in contact te brengen. Na het betalen van lidgeld vermelden ze je in een database en ontvang je nieuwe vragen voor freelancerwerk in je mailbox.

Anderzijds heb je de payrollbedrijven. Zij zijn een soort interimkantoren voor freelancerwerk. Hun werking wordt verder in deze tekst meer uitgebreid belicht.

PAYROLLSYSTEEM

De meeste freelancers hebben het zelfstandigenstatuut. Wens je dit om de één of andere reden niet, dan bestaat de mogelijkheid om beroep te doen op het payrollsysteem. Als freelancer krijg je dan een contract dat vergelijkbaar is met interim. Tussen de opdrachtgever en de freelancer komt er een derde partij bij. Er ontstaat enerzijds een relatie tussen het payrollkantoor en de opdrachtgever en anderzijds tussen het payrollkantoor en de freelancer.

De freelancer krijgt een netto salaris en het is de opdrachtgever die op het brutoloon RSZ-bijdragen zal betalen. Bij een payrollsysteem dient de freelancer dus niet bij een kas voor zelfstandigen aan te sluiten. Het kantoor betaalt steeds het salaris. Ook als de opdrachtgever niet betaalt.

Als freelancer (interimaris) kan je ook genieten van een aantal werknemersvoordelen. Wie meer dan 65 dagen per jaar werkt, krijgt een soort eindejaarspremie. Als het project ten einde is, krijg je een C4-document waarmee je eventueel stempelgeld kunt aanvragen.

De freelancer valt onder het zelfde paritair comité als de opdrachtgever. Bij mogelijke ongevallen is het ook de arbeidsongevallenverzekering van deze laatste die tussenkomt.

 

FREELANCER MET EEN ARBEIDSHANDICAP

Vanuit de infovragen die we binnenkrijgen, begrijpen we dat het fulltimewerken als ondernemer voor veel personen met aan arbeidshandicap een moeilijke, onmogelijke, opdracht is.

Maar deeltijds ondernemen is voor de meesten ook niet mogelijk. Zij krijgen een kleine overheidstegemoetkoming en willen deze aanvullen met een beperkte ondernemersactiviteit, maar een wettelijke erkenning in het statuut “bijverdienste” zit er niet in. Aldus wordt hen de zelfde (hoge) sociale bijdragen gevraagd als deze die voltijds actieve ondernemers aan de overheid verschuldigd zijn.

Mensen zoeken dan een uitweg en sommigen komen in het freelancewerk terecht. Ze verrichten freelancewerk onder de payrollregeling. Een zelfstandigenstatuut is niet nodig. Ingeschreven zijn in een payrollbedrijf, gespecialiseerd in diensten voor freelancewerk, volstaat.

Het payrollbedrijf vraagt een vergoeding (een percentage van je loon) en verzorgt de facturatie. Uiteraard dient er ook belasting betaald te worden. Maar geen sociale bijdragen als ondernemer (en dat scheelt toch een flinke slok op een borrel). Voor andere facetten van de payrollregeling : zie voorheen in deze tekst of neem contact met een gespecialiseerd bedrijf. In België zijn er een beperkt aantal bedrijven voor freelancewerk via payroll. De bekendste zijn Tentoo  ( www.tentoo.be ) en Smart ( www.smartbe.be ).

Ritmo Art is een gelijkaardig bureau, maar specifiek voor kunstenaars (www.art.ritmo.be).

Onze doelgroep zoekt uitwegen om aan de bak te geraken. Het lijkt ons echter fundamenteel dat de overheid een regeling uitwerkt voor ondernemers met een arbeidshandicap die niet in staat zijn om fulltime beroepsactief te zijn. Zij dienen hun kleine tegemoetkoming te kunnen combineren met een deeltijdse opdracht in hun bedrijf.

 

SCHIJNZELFSTANDIGHEID

Er dienen regels gevolgd te worden opdat men niet als schijnzelfstandige zou gezien worden. Schijnzelfstandigheid is aan de orde wanneer je opdrachtgever gaat functioneren als baas. Een freelancer moet zijn eigen baas zijn en er mag dus geen gezagsrelatie bestaan tussen de opdrachtgever en de freelancer. Er mag enkel sprake zijn van een prestatieverbintenis. Het is aangewezen om een overeenkomst op te stellen waarin de betrokken partijen zich verbinden om op zelfstandige basis samen te werken.

Opeenvolgende opdrachten voor slechts één opdrachtgever kan ook op schijnzelfstandigheid wijzen.

Wanneer er geoordeeld wordt dat er sprake is van schijnzelfstandigheid (en je dus in het statuut van loontrekkende thuishoort) zal vooral de opdrachtgever het gelag dienen te betalen. De bijdragen voor de sociale zekerheid, een boete en een nalatigheidsintrest kunnen gevorderd worden.


Werkloosheidsuitkering en bijberoep als zelfstandige            

Werkloosheidsuitkeringen kunnen gecombineerd worden met een bijberoep onder deze voorwaarden:

  • Je bijberoep bestaat reeds minstens 3 maanden voor je werkloosheid.
  • Steeds aangifte doen van je bijberoep bij de RVA 
  • Het bijberoep mag slechts uitgeoefend worden tussen 18.00 u en 07.00 u. 
  • Het bijberoep mag niet behoren tot een aantal sectoren en/of beroepen: nachtwaker, horeca, bouw, leurder, verzekeringsmakelaar…
  • Je inkomsten uit het zelfstandig bijberoep zijn slechts te cumuleren tot 13,7 Euro per dag. Wat je meer verdient wordt afgetrokken van je werkloosheidsuitkering.

Langdurig arbeidsongeschikt? Behoud uw sociale rechten zonder bijdragebetaling!    

 

U wordt ziek en bent voor minstens een kwartaal buiten strijd. Als uw ziekenfonds uw arbeidsongeschiktheid erkent, zal u vanaf de tweede maand recht hebben op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tijdens deze periode moet u op eer verklaren dat u niet actief blijft in uw zaak. Uw echtgeno(o)t(e), werknemers, …daarentegen mogen wel uw zaak verder blijven uitbaten. Omwille van deze blijvende uitbating blijft u sociale bijdragen verschuldigd.

U kan ook kiezen om de periode arbeidsongeschiktheid te laten gelijkstellen met een periode van activiteit om zo uw sociale rechten te vrijwaren. Tijdens deze periode behoudt u al uw sociale rechten: u bouwt verder pensioen op, blijft in orde met de ziekteverzekering en behoudt het recht op gezinsbijslag. Groot voordeel is dat u geen sociale bijdragen verschuldigd bent voor deze kwartalen.

Om te kunnen genieten van deze gelijkstelling is vereist dat u arbeidsongeschikt erkend bent door uw ziekenfonds, dat u de sociale bijdrage van het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin u de gelijkstelling ziekte aanvraagt, betaald heeft en dat u alle beroepsactiviteit gestopt heeft.

Stopzetten van alle beroepsactiviteit impliceert niet noodzakelijk dat u uw zaak definitief moet stopzetten. Zo kan u in uw eenmanszaak of EBVBA door middel van de nihil BTW aangiftes afdoende bewijzen dat u uw beroepsactiviteit gestopt heeft. Bent u mandataris in een vennootschap dan volstaat het de kosteloosheid van uw mandaat te bewijzen waardoor u niet langer als beroepsactief wordt aanzien.

Niet alle kwartalen waarin u aan de voorwaarden voldoet kunnen worden gelijkgesteld. Slechts wanneer de arbeidsongeschiktheid aanving in de loop van de eerste maand en eindigt in loop van de laatste maand van een kwartaal komt dit kwartaal in aanmerking voor de gelijkstelling. Ter verduidelijking treft u hierbij enkele voorbeelden:
  

  • U bent arbeidsongeschikt erkend tussen 14 februari en 20 juli: enkel voor het tweede kwartaal kan u de gelijkstelling bekomen.
  • U bent arbeidsongeschikt erkend tussen 7 februari en 30 mei: de gelijkstelling kan u niet worden toegekend. 
  • U bent arbeidsongeschiktheid erkend tussen 15 januari en 28 november: u kan de gelijkstelling bekomen voor het eerste, het tweede en het derde kwartaal. 

Gelijkstelling ziekte wordt aangevraagd bij uw sociaal verzekeringsfonds, waarna het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen beslist over de aanvraag.

ZENITO